20 juni 2007

Te continueren continuüm



... ze zal je niet zomaar breken, ze zal je buigen, je plooilijn verzwakken door ze telkens open en dicht te vouwen, tot je uiteenvalt, niet met een plotse scheur, maar gewoon, jezelf niet meer bijeenhoudt ...

03 juni 2007

Minimalistisch Dialoog





- Wat zoek je?
+ Het licht.
- Daar, niet hier.

Hedda Gabler

Hedda Gabler: Om tien uur staat hij weer voor je. Met wijnranken in het haar.
Vurig en overmoedig.

Hedda Gabler, tweede bedrijf - Henrik Ibsen



15 mei 2007

Inzending Literaire Prijs Babylon 2007

Het bloed kleeft aan mijn handen, het zit op mijn knieën, mijn trui, het dringt door mijn huid en vermengt zich met mij. Ik schrob, ik schrob verbeten. Maar het zijn hardnekkige vlekken die niet uit de groeven van het parket willen. Wanneer ik hier klaar ben, moet ik de trap nog doen, trede per trede, van beneden naar boven omdat Mark het kwistig bloedende lichaam over zijn schouder naar boven heeft gedragen. Ik hoor hem de deur van de oude lift open wrikken – we gebruiken die niet meer en hebben er een bergruimte van gemaakt – Mark wil de dode indringer daar verstoppen, tot hij een beter idee heeft. Ik hoor hem sleuren, duwen en zuchten wanneer plots het stoffige koord dat de houten lift hoog in de schacht houdt, breekt. De cabine suist geruisloos naar beneden, waar ze met een geluid van kale, brekende botten, neerstort, alsof niet alleen het vadsige, nog warme lijk op de grond neerkwakt, maar ook het half vergane skelet van die vorige moord mee de diepte in is gevallen.

Toen was het een ongeluk geweest. Mark had zijn angsten de overhand laten nemen en zonder aanleiding geschoten op een onbepaald figuur dat in de stormige nacht om het huis sloop. Precies in dezelfde houding heb ik die nacht op mijn knieën gezeten met een emmertje naast me en een schuursponsje in mijn hand. Ik steun mijn man, maar de medeplichtigheid aan zijn onbezonnen daad heeft me zwaarder gewogen dan ik hem al die jaren heb willen toegeven. Ik heb de sporen uitgewist, zijn daad met de mijne ongedaan gemaakt, ik heb niet alleen de vlekken van de vloer gewist, maar ook van zijn handen. Het bleef tussen ons, niemand anders was betrokken en ons slachtoffer bleek een arme landloper te zijn die het donkere bos was ontvlucht en beschutting zocht voor het noodweer. Niemand zou hem missen, had Mark beweerd, niemand zou hem komen zoeken. Tot vannacht; wanneer we een uur geleden waren thuis gekomen en vanuit de wagen al het schichtig heen en weer schijnen van een zaklamp door het raam hadden opgemerkt. Met de regen die luid tegen het dak sloeg, had de man die door onze woonkamer sloop ons niet horen aanrijden en we waren langs de keuken naar binnen geslopen. Mark had een groot puntig mes uit de lade genomen en gebaarde me in de keuken achter te blijven. Hij was koeler dan vorige keer, in zijn ogen was geen blinde angst te zien, maar vastberadenheid, hem door de ervaring ingegeven. Zijn reflexen waren die van een crimineel, een moordenaar, en hij had niet meer dan drie geluiden nodig om de onbekende uit te schakelen: een verstikte schreeuw toen hij in het donker zijn hand op de mond van de tegenstander legde, een harde kreun om zijn ultieme gebaar kracht bij te zetten en het geluid van het mes dat door vlees stootte. Lisa, - riep hij fluisterend, als om de dode niet wakker te maken- Lisa, ik breng hem naar boven, ik stop de gluiperd in de lift tot morgen, dan breng ik hem weg.

Waarom was deze man, schijnbaar uit het niets, binnengedrongen en wat zocht hij hier? Was hij van de politie, was iemand ons op het spoor gekomen, hadden ze een privé-detective op onze hielen gezet? Of was de arme stakker een ordinaire dief? Wie het ook was, vannacht was geen toevallig ongeluk meer, geen panische angst, geen zelfverdediging; wat op deze plek, in deze plas bloed was gebeurd was een misdaad, een zonde, was mijn man die dader werd. Hij had deze keer geageerd, niet gereageerd.

Wanneer ik met het emmertje, nu niet meer gevuld met helder water, maar met verdund bloed, de trap af kom, zit Mark in de zetel. Hij is vermoeid, maar zijn gemoed is onverzwaard, zuiver als de vloer.
Wil je thee? – vraag ik hem. – Graag, rode bessen.
Morgen dump ik ‘m in het moeras – zegt hij terwijl ik hem een kopje aanbied.
Hij staat op, gaat voor het raam staan, drinkt en valt na een paar minuten neer, plomp op de grond. Ik wandel er naartoe, kijk hoe zijn spieren nog een paar keer samen trekken terwijl hij aan mijn voeten ligt, omgeven door de resten en de inhoud van zijn warme kop thee.
Wat? – kreunt hij.
De theevlekken zouden er makkelijker uitgaan, bedenk ik voor ik zeg – Sorry, Mark. Er kleeft te veel bloed aan je handen.

04 april 2007

Reason: automatisation of feeling


Automatische piloot. Een knopje in haar hersenen ingedrukt. Kwart na tien, nog een paar uur en ze zou thuis zijn, alleen, bevrijd van ketenen, kleren en droge lippen. Sociale conventie kon haar gestolen worden, want zij was vrij, zij was machtig. Zelfzekerheid gepersonifieerd, en in wat voor ’n persoon, vrij en machtig, jazeker. Maar nu moest ze even doorbijten, deze mensen hadden haar niet graag en dit entourage was niet vruchtbaar genoeg om wortel in te schieten, ze kon zich hier niet voeden op andermans’ angst, onzekerheid, want zij waren vrij, zij waren machtiger dan haar. Maar vanavond was het plan lachen en mooi zijn en niet te veel op de klok kijken. Steek je klamme handen in je zakken, zit stil en kijk geïnteresseerd, let op, misschien vragen ze je wel iets. Maar ze vroegen haar niets, ze vroegen haar hoe het ging en ze zei dat het goed ging. Maar ze vroegen haar niet zichzelf te zijn. Ze konden niet weten dat ze grappig was, ze konden niet weten hoe interessant ze was, want ze slaagde er niet in grappig of interessant te zijn.

Toen ze naar huis wandelde speet het haar dat pas nu dertien spitsvondigheden en zeven leuke verhalen haar te binnen schoten. Ze lachte wat in zichzelf en wandelde verder, naar huis, naar de warmte van haar lege bed en de geur van haar vertrouwen.

25 maart 2007

The Awakening - Kate Chopin


But the beginning of things, of a world especially, is necessarily vague, tangled, chaotic, and exceedingly disturbing. How few of us ever emerge from such beginning! How many souls perish in its tumult!

The voice of the sea is seductive; never ceasing, whispering, clamoring, murmuring, inviting the soul to wander for a spell in abysses of solitude; to lose itself in mazes of inward contemplation.

The voice of the sea speaks to the soul. The touch of the sea is sensuous, enfolding the body in its soft, close embrace.

The Awakening - Kate Chopin






But the beginning of things, of a world especially, is necessarily vague, tangled, chaotic, and exceedingly disturbing. How few of us ever emerge from such beginning! How many souls perish in its tumult!

The voice of the sea is seductive; never ceasing, whispering, clamoring, murmuring, inviting the soul to wander for a spell in abysses of solitude; to lose itself in mazes of inward contemplation.

The voice of the sea speaks to the soul. The touch of the sea is sensuous, enfolding the body in its soft, close embrace.

20 maart 2007

Vannacht kwam ik mijn toekomst tegen




Vannacht kwam ik mijn toekomst tegen.

Een vrouw, amper, haar mascara was uitgelopen,
haar haar te uitgegroeid en haar stem te rauw,
vroeg me hoe laat het was.
Ik zei tien na drie en dacht te laat,
al veel te laat.

25 februari 2007

Relationele Fysica: les I


twee hemellichamen,
wederzijdse gravitationele
kracht.
die wegvalt, plots,
bots.

19 februari 2007

James Joyce - Exiles (Act III)


I have wounded my soul for you-- a deep wound of doubt which can never be healed. I can never know, never in this world. I do not wish to know or to believe. I do not care. It is not in the darkness of belief that I desire you. But in restless living wounding doubt. To hold you by no bonds, even of love, to be united with you in body and soul in utter nakedness-- for this I longed.