Posts tonen met het label reflecties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reflecties. Alle posts tonen

26 januari 2009

Happiness is finally getting that splinter out


It hurts, dear. It hurts having your heart cut out. My heart actually, we’re speaking of my heart, my pain, my process of having the splinter picked out. You remember that time when I had one in my foot? You did a pretty clean and good job of getting it out. But there are other kinds of splinters, little pieces of memories, shared stories, shared life, that are not so easily removed. It is necessary to stab, dig in the skin around them, so they can flow out together with the waves of blood and tears that come seeping out of the wounds we just inflicted upon ourselves.

I know it’s absurd, my addressing you in these nightly, sleep deprived ramblings, but I cannot help myself. I’m not done talking to you. You have been my torment and my muse at the same time. Notice I don’t call you my tormentor, not implying any conscious intention. Or should I imply it? I probably will, in the angry phase of my coping process. I’m still in denial, a part of me still hoping I’ll wake up from this bad dream, waking in your soft arms, your warmth healing my anguish. But I have got time, I’m obligated to take my time, I’m compelled to not skip any steps.

But rest assured, in the near future I’ll get very angry at you, I will certainly curse you for your convictions, those principals you hold so high – higher than any person, except yourself –, for the little things that started to annoy me, the little ways from which I deduced your leaving, our end. I will curse you for all those little clues that reminded me of it, every step of the way, right from the beginning, right from that morning on: it was one of our first mornings, when all I wanted to do was to look sheepishly in to your eyes say the most sheepish thing of them all: I think I’m in love with you. I remember saying something along the lines of: I think I’m starting to fall in love with you. And that it was nowhere near the feeling I actually wanted to convey. That feeling seemed to big at the time, to soon, to ridiculously reckless.
I will curse you for your existence even, because you are the one I will never forget, the one that ruined me for the rest of them, because you are, you know, the proverbial first love. Because in the same amount as I feel empty now, in the same way I feel you emptied me, you commanded me to let my defences down just to take advantage of them, in the exact same way, I am blessed by a feeling of inspiration – inspired to contruct these obscene long sentences –, enlightment, of you being able to lift me out of the ordinary, the trivial, the ugly even, into a beautiful world where I felt potent, sure that I was able to surmount myself, able to reach above and out of myself. You had the power to make me commit, to make me better, but you decided not to let greatness in and we both decided to let littleness, belittling, narrow mindedness in.

You were my muse, and tonight you still are. I’m not yet capable of leaving you out of my sentences, out of my train of thought. So tonight I’m using your words, or at least the words in the book you gave me. They are actually about the simplicity of reaching happiness, about how it is near, around us, within reach. About how happiness is about those little moments when a touch of greatness, transcendentalism can be perceived, ever so slight and hidden, but unmistakably present. I decided to abuse those words tonight, to purposely misinterpret them to make them fit my needs.
How I see it, happiness is indeed within an arm’s length of reach and yet – and that’s the frustrating part – completely impossible to grasp. I’m the kind of person that will always have a splinter to pick out, a door knob out of reach, keeping me from happiness, hiding away my final piece/peace of mind behind a curtain, a glass wall, within sight or hearing, why not smelling – happiness is a warm cake – distance, but never present, never with me as an active part of it.

06 juni 2008

Relationele Fysica, new and improved

_________T° ↑_________
A2 + B2 + O2 → AB + CO
2 + r

r ≈ Ek = 0 en Ep = ∞

(A = zij, B = ik)

30 januari 2008

Postmodernistische exploraties vervolgd

“You or I walk into a room and we see a ceiling, four walls and a floor. A post-modernist walks into a room and sees that the ceiling is also the floor to the room above and the floor is also the ceiling to the basement below. The four walls are also the walls to the adjacent rooms and what is outside.”

- Kate Bornstein

26 december 2007

Mathematics

Commitment Issues: 1 + 1 + ... + 1 = 1
Nesting Urge: 1/2 + 1/2 = 2
=>
1 + 1/2 = 0

23 november 2007

maximum altitude 23:45, 98% full

Het is zo hard (bijna) volle maan vannacht. U en ik weze verwittigd.

20 juni 2007

Te continueren continuüm



... ze zal je niet zomaar breken, ze zal je buigen, je plooilijn verzwakken door ze telkens open en dicht te vouwen, tot je uiteenvalt, niet met een plotse scheur, maar gewoon, jezelf niet meer bijeenhoudt ...

04 april 2007

Reason: automatisation of feeling


Automatische piloot. Een knopje in haar hersenen ingedrukt. Kwart na tien, nog een paar uur en ze zou thuis zijn, alleen, bevrijd van ketenen, kleren en droge lippen. Sociale conventie kon haar gestolen worden, want zij was vrij, zij was machtig. Zelfzekerheid gepersonifieerd, en in wat voor ’n persoon, vrij en machtig, jazeker. Maar nu moest ze even doorbijten, deze mensen hadden haar niet graag en dit entourage was niet vruchtbaar genoeg om wortel in te schieten, ze kon zich hier niet voeden op andermans’ angst, onzekerheid, want zij waren vrij, zij waren machtiger dan haar. Maar vanavond was het plan lachen en mooi zijn en niet te veel op de klok kijken. Steek je klamme handen in je zakken, zit stil en kijk geïnteresseerd, let op, misschien vragen ze je wel iets. Maar ze vroegen haar niets, ze vroegen haar hoe het ging en ze zei dat het goed ging. Maar ze vroegen haar niet zichzelf te zijn. Ze konden niet weten dat ze grappig was, ze konden niet weten hoe interessant ze was, want ze slaagde er niet in grappig of interessant te zijn.

Toen ze naar huis wandelde speet het haar dat pas nu dertien spitsvondigheden en zeven leuke verhalen haar te binnen schoten. Ze lachte wat in zichzelf en wandelde verder, naar huis, naar de warmte van haar lege bed en de geur van haar vertrouwen.

20 maart 2007

Vannacht kwam ik mijn toekomst tegen




Vannacht kwam ik mijn toekomst tegen.

Een vrouw, amper, haar mascara was uitgelopen,
haar haar te uitgegroeid en haar stem te rauw,
vroeg me hoe laat het was.
Ik zei tien na drie en dacht te laat,
al veel te laat.

25 februari 2007

Relationele Fysica: les I


twee hemellichamen,
wederzijdse gravitationele
kracht.
die wegvalt, plots,
bots.

11 januari 2007

Bipolair

Memento.”
“Wat?”
“Ik schrijf memento.”
“Waar?”
“Op mijn arm.”
Memento?”
“Herinner je. Imperatief, van memini, zich herinneren.”
“Waarom?”
“Om mijn sterfelijkheid te herinneren, mijn leven te onthouden. Ik wil de pijn, de duisternis en de open wonde niet vergeten.”
“Maar onthoud ook de zon, het zoete, het geluk.”
“De herinnering aan geluk is onaantastbaar, het geluk is onbereikbaar.”
“Dat zijn twee erg verschillende dingen.”
“Even verschillend als het leven en de dood, slechts gescheiden door een zucht, de laatste.”
“Sterven doen we al levend.”
“Leven doen we al stervend.”

05 januari 2007

(r)evolutie

Dertig minuten, maximum, om mijzelf samen te vatten. Dertig minuten, niet meer, want dan begint mijn favoriete soap en dan moet ik weg, vluchten uit het kortstondige zelfbewustzijn voor ik er in verdwaal. Want bewust zijn boezemt angst in, is te confronterend, te echt. Apathie is makkelijker, echt waar, gun het me toch, ik heb het nodig niet te voelen, ik heb een uitknop aan mijn hart nodig, anders verslijt het te snel. Jaren heb ik het niet gebruikt, maar nu draait het soms op te volle toeren, het bloed alle richtingen uitpompend, door aders en slagaders, zodat het altijd en veel te snel bij de oorsprong terugkeert voordat het genoeg zuurstof heeft kunnen afgeven of opnemen. Sorry bloed, sorry hart, vannacht zal ik u sparen, ik zal u en mijn leden en lijve niet onnodig heen en weer op de slechte matras gooien, mijn gedachten zullen niet afdwalen naar iteratieve onvervulbare wensen en opohoudelijke tastbare angsten. Vannacht zullen wij de zonsopgang niet zien, vannacht zal de volle maan met zijn witte licht niet alles zwart doen lijken, vannacht ga ik vroeg slapen en morgen sta ik vroeg op. Ik maak iets van mijn leven, ik maak iets van de rest van mijn dagen. Nieuwe levens hoeven niet op maandag te beginnen, ook zaterdag is een mooie start, misschien schijnt de zon zelfs.

02 november 2006

Oneindigheid, dankuwel

We verlaten even de expositio over de hoofdzonden voor een korte terzijde. Met dank aan de luciditeit gebracht door het ene of andere verhelderende middel.


---


Onaantastbaar, oh ja, zo zag ze er uit. Maar toen ik vroeg: ‘dans met me’, zei ze: ‘ja’. Ik toonde me van mijn beste kant en bekeek de hare uitgebreid. De avond was reeds ver gevorderd en wij waren jong, onbezonnen en bedronken. De perfectie van de sfeer was tastbaar, totdat ik te dichtbij kwam en mijn dromen, mijn grootste plannen, mijn leven dat ik met haar zou delen, als fragiele zeepbellen in mijn gezicht ontploften, weg, enkel de geur van zeep en versgewassen haren op mijn schouder achterlatend. ‘Red me, laat me niet alleen’ riep ik haar nog na, maar ze was al te ver, te hoog en te omsingeld door een gretig entourage van jonge, nieuwe, verse pretendenten. Ik had haar willen nalopen, elke keer ze weg ging, op elke straathoek waar ze afsloeg, maar mijn trots, of wat er van restte, weerhielden mij, zoals ook haar overtuigd afgekeerde rug die alle hoop uit mijn aderen zoog. Ik bekeek mijn polsen terwijl ik daar alleen op de stoep stond, haar geur nog in de lucht. Mijn sterfelijkheid zat bevat onder die dunne laag huid die mij van mijn polsslagader, best de linkse, scheidde. Daar tekende ik met mijn vinger een platte acht, symbool van oneindigheid en ik keer ernaar, diep ontroerd door de confrontatie van twee zo tegengestelde entiteiten als mijn gewoonlijke ongenaakbaarheid en mijn pas ontdekte gevoel voor dramatiek. De confrontatie tussen haar, de onaantastbare, de oneindige, en ik, de kruipende, sterfelijke, vergankelijke menselijkheid die ik zo verafschuw.