04 april 2007

Reason: automatisation of feeling


Automatische piloot. Een knopje in haar hersenen ingedrukt. Kwart na tien, nog een paar uur en ze zou thuis zijn, alleen, bevrijd van ketenen, kleren en droge lippen. Sociale conventie kon haar gestolen worden, want zij was vrij, zij was machtig. Zelfzekerheid gepersonifieerd, en in wat voor ’n persoon, vrij en machtig, jazeker. Maar nu moest ze even doorbijten, deze mensen hadden haar niet graag en dit entourage was niet vruchtbaar genoeg om wortel in te schieten, ze kon zich hier niet voeden op andermans’ angst, onzekerheid, want zij waren vrij, zij waren machtiger dan haar. Maar vanavond was het plan lachen en mooi zijn en niet te veel op de klok kijken. Steek je klamme handen in je zakken, zit stil en kijk geïnteresseerd, let op, misschien vragen ze je wel iets. Maar ze vroegen haar niets, ze vroegen haar hoe het ging en ze zei dat het goed ging. Maar ze vroegen haar niet zichzelf te zijn. Ze konden niet weten dat ze grappig was, ze konden niet weten hoe interessant ze was, want ze slaagde er niet in grappig of interessant te zijn.

Toen ze naar huis wandelde speet het haar dat pas nu dertien spitsvondigheden en zeven leuke verhalen haar te binnen schoten. Ze lachte wat in zichzelf en wandelde verder, naar huis, naar de warmte van haar lege bed en de geur van haar vertrouwen.

25 maart 2007

The Awakening - Kate Chopin


But the beginning of things, of a world especially, is necessarily vague, tangled, chaotic, and exceedingly disturbing. How few of us ever emerge from such beginning! How many souls perish in its tumult!

The voice of the sea is seductive; never ceasing, whispering, clamoring, murmuring, inviting the soul to wander for a spell in abysses of solitude; to lose itself in mazes of inward contemplation.

The voice of the sea speaks to the soul. The touch of the sea is sensuous, enfolding the body in its soft, close embrace.

The Awakening - Kate Chopin






But the beginning of things, of a world especially, is necessarily vague, tangled, chaotic, and exceedingly disturbing. How few of us ever emerge from such beginning! How many souls perish in its tumult!

The voice of the sea is seductive; never ceasing, whispering, clamoring, murmuring, inviting the soul to wander for a spell in abysses of solitude; to lose itself in mazes of inward contemplation.

The voice of the sea speaks to the soul. The touch of the sea is sensuous, enfolding the body in its soft, close embrace.

20 maart 2007

Vannacht kwam ik mijn toekomst tegen




Vannacht kwam ik mijn toekomst tegen.

Een vrouw, amper, haar mascara was uitgelopen,
haar haar te uitgegroeid en haar stem te rauw,
vroeg me hoe laat het was.
Ik zei tien na drie en dacht te laat,
al veel te laat.

25 februari 2007

Relationele Fysica: les I


twee hemellichamen,
wederzijdse gravitationele
kracht.
die wegvalt, plots,
bots.

19 februari 2007

James Joyce - Exiles (Act III)


I have wounded my soul for you-- a deep wound of doubt which can never be healed. I can never know, never in this world. I do not wish to know or to believe. I do not care. It is not in the darkness of belief that I desire you. But in restless living wounding doubt. To hold you by no bonds, even of love, to be united with you in body and soul in utter nakedness-- for this I longed.

16 februari 2007

Endymion en Selene



De essentie van het lijden zit niet in het lijden zelf vervat. Haar bloedende vuisten waren haar geen bewijs genoeg dat de pijn echt, dat het gemis reëel was en geen fata morgana, een verbeelde oase in de verlatenheid van haar uitgedroogde ziel. Zij wou een bewijs van de authenticiteit van haar gevoelens, een reality-check, ze wou vlekken op de blinde wand zien waar ze zich nu al voor de honderdste keer tegen aan gooide, met haar volle gewicht, vuisten vooruit. Ze wou ook reactie, ze verwachtte dat de muur een inconsequentie met zijn eigen aard zou plegen en haar eindelijk zou toespreken, haar dan toch bij de som van zijn wezen rekenen. Tevergeefs, inane instanties zwijgen, klaar en duidelijk.

Het was door herhaling dat ze emotie, gevoel probeerde te bereiken, door steeds opnieuw iets te voelen, hoe miniem ook, trachtte ze elk klein deeltje van haar zinsbeleving te amplifiëren, de afzondelijke slagen als geheel doen klinken, om het eindelijk te zien, om de pijn eindelijk te voelen als werkelijk. Zoals drie noten in die sonate van Beethoven, die hij, diep gebogen boven zijn piano, steeds opnieuw speelde, in trance, om toch maar te horen, hoe dof moeten ze hem wel niet geklonken hebben, om ze toch maar te voelen, in zijn hoofd, in zijn hart. Emotie, bereikt door herhaling.

Elke keer opnieuw ging ze een nieuwe confrontatie met het oude aan, ze keerde steeds naar hem terug, beminde hem, kuste hem, elke keer alsof het de laatste was. Ze had hem nodig, om te onthouden, ze mocht niet vergeten hoe leven voelde, sterven, liefhebben, ze moest en zou haar oerangsten wederherinneren, ook al betekende dat ten onder gaan aan de ontmoeting ermee. Want schoonheid legt angst bloot, maar zuivert ons er niet van. Hij was het kunstwerk waarop ze een blik, slechts een, maar steeds opnieuw, moest werpen opdat ze terug in zijn armen vloog. Hij was het tegelijk het licht waar ze naar toe vloog en het zwarte gat dat haar leegzoog. Ze verdronk in zijn zwarte ogen, waar Natura zo helder licht in had gevat. De tegenstelling stond hem op het gezicht geschreven, de contradictie droop uit zijn ogen en toch was ze zo blind als Beethoven doof was. Ze kon alleen maar zien als ze opnieuw naar hem keek, opnieuw en opnieuw, bij elke nieuwe maan, wanneer de duisternis zo tastbaar werd dat ze rilde, zo koud door het gebrek aan maanlicht.

Het is niet de liefde die broos is, zoals ze ooit in een deur had zien gekrast, neen, liefde of wat zij voor liefde aanzag, was onbreekbaar, onaantastbaar, zelfs en zeker door het object ervan. Het was de verliefde, het subject van die diepe emotie, die breekbaar was, die zich naakt en onbewapend aan de vijandige elementen blootstelde: neem mij maar, gebruik mij, raak mij en laat mij voor dood achter, want ik bemin, mijn hart bied ik u op een zilveren schotel aan, breek het maar, het is al van u.

31 januari 2007

James Joyce - Exiles (Act I)

RICHARD(Gently.) Does nothing then in life give you peace? Surely it exists for you somewhere.

BEATRICE If there were convents in our religion perhaps there. At least, I think so at times.

RICHARD(Shakes his head.) No, Miss Justice, not even there. You could not give yourself freely and wholly.

BEATRICE(Looking at him.) I would try.

RICHARD You would try, yes. You were drawn to him as your mind was drawn towards mine. You held back from him. From me, too, in a different way. You cannot give yourself freely and wholly.

BEATRICE(Joins her hands softly.) It is a terribly hard thing to do, Mr Rowan-- to give oneself freely and wholly-- and be happy.

RICHARD But do you feel that happiness is the best, the highest that we can know?

BEATRICE(With fervour.) I wish I could feel it.

12 januari 2007

iteratio: luxuria

Of course, anonieme voyeur aan de andere kant van het scherm, ben ik het exposé over de hoofdzonden niet vergeten, mijn schrijfproces en ik zijn gewoon even van het vooropgestelde pad afgedwaald. Op invidia zal u nog even moeten wachten, maar u krijgt alvast een bisnummer, luxuria, en kijk niet alsof u dat erg vindt, geniepig geperverteerde snoeper die u maar al te graag bent. Ga zitten en geniet, of wees althans matig geïnteresseerd door het volgende, zoveelste, verhaal zonder begin, noch einde:

Met mijn vingers tekende ik lijnen op je lichaam, ik volgde mijn instinct en jouw golven. Je rilde. Ik keek naar je, met mijn gewicht tegelijk je schokken dempend en je adem tellend. Maar was ze nu af, die zilte strepen, de sporen die ik aan je oppervlakte achterliet, spoel het genot weg. Vergeet hoe we er uit zien, onze zielen door de maan verlicht en onze ogen vol sterren. Vergeet hoe we wanhopig de eenzaamheid wilden verdrijven, maar hoe zij onze harten toch is binnengedrongen. Geen omhelzing, geen zucht en zeker geen woord, kon de zeurende pijn van de isolatie verlichten. Jij lag in mijn armen, maar je had gelijk, ik was al weg. Ik ben er zelfs nooit geweest en je hebt me nooit geraakt. Ik kan je geen stukken van mezelf toestaan. De kruimels die ik in je bed achterliet waren me al te veel. Dus vergeet hoe ik er uit zie als ik me net laat gaan, vergeet mijn zuchten, vergeet mijn herinnering en onthoud de leegte die ik achterlaat, je herwonnen ademruimte. Kijk niet naar me terwijl ik mijn kleren aantrek, de glimp die je van me hebt opgevangen bedekkend onder lagen stof, onder een zeil dat alles weer even zoals de avond ervoor doet lijken. Volg me niet met je blik terwijl ik je straat uitloop, de realiteit tegemoet, de tijdruimte – het is er een losgekoppeld van de rest van het heelal - die wij deelden weggooiend zoals ik jouw geur uit mijn haren doe waaien en een briefje met jouw nummer opfrommel.


-----

NB: We leven in een beeldcultuur, of de literaire elite het nu wil toegeven of niet. Als onderdeel van de cultuur waarin ik leef kan ik daarom niet achterblijven met beelden, beelden die mijn punt verhelderen, verdiepen, demystifiëren of juist verduisteren, opheffen uit de banaliteit, het triviale, maar vooral het particuliere. Ach, het maakt niet uit, geef uw oog gewoon ook eens de kost wanneer u langskomt. Klik ook eens op bovengenoemde illustraties en komt terecht op de plek waar ik ze haalde.

NB² - nu ik toch bezig ben - : klik ook eens op de titels van de posts, soms zit daarachter een deur verborgen die u zal leiden naar een inspiratiebron, een hint , een aanleiding voor het geschrevene.