21 mei 2006

Ars Vitiosa

04 mei 2006

Le Méridien

Gelegen op het frisse gras, ziet ze de bomen langs onderen. De jonge blaadjes prikkelen haar literaire zintuigen. Ze ziet het vliegtuig dat door het loof in stilte voorbijschuift met nieuwe ogen. De blauwe lucht staat in schril contrast met de witte bladzijden van het stationsrommanetje waar zij lijkt uitgesprongen. Maar het geeft niet, slechts een golf van neo-romantische nostalgie.

03 mei 2006

Temptation

Calvin: Do you believe in the devil? You know, a supreme evil being dedicated to the temptation, corruption, and destruction of man?
Hobbes: I'm not sure that man needs the help

01 mei 2006

Otto Ohm - Oro Nero

Om op het melige, heartbreak hotel elan verder te gaan, een lied (om te beluisteren: ga naar deze site, kies download, vervolgens audio in mp3 en uiteindelijk Oro Nero, onder de hoofding Pseudostereo):


C’è una nuova luna stasera
Con un filo di voce io cerco di cantarla
Sono io l’uomo con la valigia
Sempre pronto a partire
Sempre con la guardia alta
E scrivo a fondo per vedere, se è più profondo di questi occhi tuoi
E cercherò risposte che di certo non sapresti darmi mai

Quando ami per davvero, non ti basterà il futuro
Vuoi soltanto avere lei che vale più dell’oro nero
Vuoi svegliarti la mattina, respirare il suo cuscino
Fisso sul soffitto dire piano è tutto vero, è tutto vero...



C’è una nuova luna stasera
Con un filo di musica cerco di offuscarla
Per filtrare la luce cattiva

Liberare la mente, da ogni forma perversa

Nei piccoli progressi della casa
Scaccerò le nostalgie
Eviterò le stupide allusioni tra le nostre gelosie

Quando ami per davvero, basta poco per sognare
Ed il motorino è un razzo che da te mi fa arrivare
Vuoi svegliarti la mattina e vederla riposare
Per avere la certezza che non se ne vuole andare

Quando ami per davvero, non ti basterà il futuro
Vuoi soltanto avere lei che vale più dell’oro nero
Vuoi svegliarti la mattina, respirare il suo cuscino
Fisso sul soffitto dire piano è tutto vero, è tutto vero...


È tutto vero, quest’oro nero
È tutto vero, quest’oro nero...








Er is een nieuwe maan vanavond
Met zachte stem probeer ik haar te bezingen
Dat ben ik, de man met de valies
Altijd klaar om te vertrekken
Altijd alert
En ik schrijf met diepgang om te zien of
Het dieper is dan die ogen van jou
En ik zal antwoorden zoeken die jij mij waarschijnlijk nooit zal kunnen geven

Als je echt liefhebt, zal te toekomst niet genoeg zijn voor je
Je wil alleen haar hebben, die meer waard is dan zwart goud
Je wil ’s morgens wakker worden, aan haar kussen ruiken
Je blik op het plafond en zachtjes zeggen het is allemaal waar, het is allemaal waar...

Er is een nieuwe maan vanavond
Met een streepje muziek probeer ik haar te verduisteren, om het slechte licht te filteren
De geest de bevrijden, van elke perverse vorm
In de kleine vooruitgangen van het huis
Zal ik de nostalgieën verjagen
Ik zal de stomme allusies tussen onze jaloersheden vermijden

Als je echt liefhebt, heb je weinig nodig om te dromen
En je scooter is een raket die me bij jou doet aankomen
Je wil ’s morgens wakker worden en haar zien rusten om de zekerheid te hebben dat ze niet wil weggaan


Als je echt liefhebt, zal te toekomst niet genoeg zijn voor je
Je wil alleen haar hebben, die meer waard is dan zwart goud
Je wil ’s morgens wakker worden, aan haar kussen ruiken
Je blik op het plafond en zachtjes zeggen het is allemaal waar, het is allemaal waar...

Het is allemaal waar, dit zwarte goud...
Het is allemaal waar, dit zwarte goud...

21 april 2006

[ Vul willekeurige titel in ]

A priori: morgen is het nieuwe maan

En verder:
Oud materiaal opgedist. Dit stukje dateert van april 2005, geschreven in opdracht van een onenthousiaste, fantasieloze leraar Nederlands. De opgave was "Schrijf een commentaar over een actueel thema." Hij heeft mij niet gequoteerd op dit stukje omdat het niet voldeed aan de vooropgestelde voorwaarden: "het ging nergens over".

---

Wat? Waar? Inhoud? Neen, die telt niet, die is niet van belang. Inhoud ziet er niet uit, tenzij om een leeg blad op te vullen, maar om echt iets te zeggen heeft u die toch niet nodig? Statements maakt u met shock, met fluo, met naakt, met stijl! Zeg maar wat, leuter er alstublieft op los en doe vooral niet alsof u over iets bezig bent. Val in herhaling, val niet over een spellingsfout, struikel, stotter, modder uw weg naar de top maar wat aan en prijs uzelf gelukkig als u deze week nog bekend bent. Loos zijn uw woorden, leeg zij uw zinnen. Het begin van het einde is eindelijk aangebroken.

Want gisteren verviel inhoud al, morgen zal de meningsuiting vervagen als letters op een oude fax. Wat voor nut heeft het uw gal te spuien in een reeds overvolle poel van tegenstrijdigheden, geklets en eigen volk eerst? Vertrouw er maar op dat weldra alles tot één smerige brij zal versmelten, dat elke schreeuw ononderscheidbaar zal worden van de andere en dat ze elkaar het zwijgen zullen opleggen. Door inhoudloos overaanbod zal de opinie van het individu en daardoor het forum van de meningsuiting sterven, aan een trage, maar wrede verdrinkingsdood.

Zonder slag of stoot geeft het plebs zich echter niet gewonnen. U bent getuige van een tergend lange doodsstrijd: ‘meningsruiters’ en mensen ‘met een stem’ bekogelen elkaar, tot bloedens toe, met visies, theorieën, stenen en waterballonnen, hun idee is Waarheid en van de geschiedenis hebben ze niets geleerd. Ze vallen zowel in hun betogen als in hun optreden in herhaling.

Maar uw angst wordt waarschijnlijk niet aangewakkerd door het vervallen van zulke elementaire peilers van de beschaving, als oordeel en diepgang. U voorziet echter de gevolgen. U ziet het einde van de democratie al voor u. Tijden van dictatuur, repressie, terreur breken in uw verbeelding aan. Waarvoor hebben zo velen gestreden, waarom zijn zij in de Franse Revolutie gestorven als hun Liberté niet gewaarborgd kon blijven in de moderne tijd? Inderdaad, het is een spijtige zaak dat men er niet meer in zal slagen de illusie van vrijheid te behouden. Maar wacht nog even met, geknield op de opengespleten aardkorst, om uw leven te smeken tot de donkere hemel. Het einde van een tijdperk is niet het einde van de wereld. Het enige wat u moet doen, om de ongemakken die dat met zich meebrengt, te omzeilen, is u overgeven aan onverschilligheid. Er zal geen buur zijn die een buitenspel betwist, geen socioloog die de hedendaagse maatschappij analyseert, geen moeder die de nieuwe paus beklaagt, geen debat over Brussel-Halle-Vilvoorde. Sta op en luister naar de stilte die zal heersen. Het einde der tijden is zo slecht nog niet als u zich installeert achter de paravent van apathie.

O my!

Mijn gemoedsrust is min of meer hersteld: in de krochten van mijn overvolle inbox heb ik een lang verloren gewaande link teruggevonden, bij deze op deze blog gepost, om mijn vreugde met de trouwe lezers te delen.
_Dienstmededelingen

20 april 2006

Anatomisch onverantwoord

Korrels zand in zijn ogen. Elke keer hij met zijn ogen knipperde, leken de stukjes de oppervlakte van zijn oogbol open te schuren.
Gespleten lippen. Als hij zijn mondhoeken strekte om een glimlach te forceren, werden de barsten dieper.
Onder zijn nek, net boven zijn borstkas, voelde hij zijn hart kloppen. Bij elke samentrekking, ervoer hij een stekende pijn.
Zijn maag zat als binnenstebuiten gekeerd tegen zijn ruggengraat aangedrukt. Als slikken al lukte, voelde hij enkel de onvoldoeninggevende leegte wanneer het voedsel het orgaan bereikte.

Fysieke pijn. Auw. De gebroken ziel brak zijn lichaam.

08 april 2006

Closer

Have you ever seen a human heart? It looks like a fist, wrapped in blood!

Kom dichter. Kijk, het klopt nog, het zijn z'n laatste contracties. Het heeft geleden. Er lopen rode, zwarte aders over het glimmende oppervlak, haarfijne barsjes. Eens al het bloed eruit is gevloeid, neemt ze het kistje dat ze voor de gelegenheid heeft voorzien. Het is uit een mooie, donkere houtsoort en het is meer dan voldoende groot voor het klompje vlees dat ze er in opbergt. Ze sluit de doos af met een zegel en zet hem ergens ver achterin haar kast. Ze is niet van plan de inhoud snel weer tevoorschijn te halen.
Ze loopt terug naar de plek waar ze zoeven heeft gezeten, daar voor het raam is een kleine plas bloed het tapijt ingevloeid en terwijl ze die met een natte doek probeert uit te vegen, voelt ze de warme, zeurende pijn in haar borst. Ze betrapt zichzelf er op nu al vluchtige blikken op de kast te werpen. De herinnering van het doosje brandt op haar ogen. Zij, het meisje dat haar hart uitrukte.

Narratief_

23 maart 2006

Parallel

Ik omarm de slapeloosheid, ik slenter tussen mijn omgestoten zekerheden en ik ga de mist van mijn loze doelen tegemoet. Een drievoudige parallellie die galmt door de gangen van de lege huls, waar mijn hart ooit was, als voetstappen in een verlaten stad, tegen de onverlichte gevels, op de apathische straatstenen.


Ici rien ne se passe
Pas même le temps
Les blessures s'effacent
Lentement

Elle attend le jour
Elle en rêve la nuit
Elle revit son amour
Avec lui

Il n'aurait jamais pu croire
Qu'il était son dernier espoir

Elle danse seule
Elle parle avec son ombre
Elle danse seule
Elle entend sa voix répondre
Et elle s'endord comme ça
Contre le sol trop froid
Elle danse seule

Elle dit qu'il reviendra
Qu'il la fera revivre
Qu'elle est prête déjà
Pour le suivre

Mais à trop regarder
Le bout de cette route
Ses yeux sont fatigués
Par le doute

Comment aurait-il pu croire
Qu'il était son dernier espoir

Elle danse seule
Elle se sourit dans la glace
Elle danse seule
Avec ces bras qui l'enlacent
Et elle s'endort comme ça
Contre le sol trop froid
Elle danse seule


Elle danse seule – Axelle Red

Poëzie_



14 maart 2006

Spiritualiteit bij volle maan

U heeft het misschien al gemerkt, beste lezer, ik neig naar één enkele update per maand, en dan nog wel rond de periode waarin de sateliet die trouw rond de aarde cirkelt, zo verlicht wordt door de zon dat hij als een perfecte schijf aan de hemel lijkt te staan.

Voor de geïnteresseerden: de maan is vandaag, 14 maart, in België; 4°26min oosterlengte en 50°56min noorderbreedte, te zien tussen 16u21 en 05u00. Met een gezegende avondtemperatuur van negen graden en een heldere lucht is het een ideale gelegenheid om uzelf met opgeheven hoofd de nacht in te jagen. Laat Artemis uw gids zijn.

Astronomische besprekingen terzijde, wil ik vanavond in de eenzamheid van mijn vertrekken en met Sonata nr.14 van Beethoven, hoe anders bijgenaamd dan de Moonlight Sonata, als toepasselijke soundtrack, schrijven, op een high van inspiratie, slechts schrijven.

--

Toen ik wakker werd was het eerste wat ik zag een vrouw, ze hield een kind op haar arm en keek me aan met een lege blik, alsof het haar niet opviel dat ik op de grond lag. Ik voelde de koude steen door mijn kleren. Links en rechts van me zag ik massa’s in elkaar gehaakte stoelen. Ik bevond me in de ruimte die ertussen gelaten was. Snel stond ik op. Ik volgde het gangpad dat de stoelen creëerden alsof ik eenzaam door de gesplitste zee wandelde. Aan het eind gekomen voelde ik opeens een warme wind langs onderen opsteken. De poorten van de hel leken in de verte open gezet en slechts de zwoele bries, het lauwe restant van de eeuwige vuren scheen mijn voeten bereikt te hebben. Zonder afstand te doen van de weldoende warmte, draaide ik me om, keek op en zag boven de stoelen zuilen utsteken die reikten tot aan de vrouw en haar kind. Zij baadde in een donkerblauwe plas die met goud omrand was. De colonnes die haar ondersteunden schiepen een ontroerende symmetrie in de ruimte waarin ik me bevond. Alle voorwerpen volgden de loodrechte lijnen naar boven toe, naar het kobalt dat de middenbeuk overkoepelde. Ik kon niet anders dan fier naar boven kijken, geëmotioneerd door schoonheid.

Er was nog iemand anders aanwezig. We bevonden ons recht tegen over elkaar. Hij leek halfweg tussen de vloer en het plafond te zweven. Zijn armen hield hij gespreid langs zijn lichaam. Kennelijk was zijn blik niet aangetrokken door de verhevenheid van de zoldering; hij liet zijn hoofd vermoeid naar beneden hangen. Hij zag er uit alsof hij gegeseld, afgemat en gekweld was en toch scheen hij weldaad te ondervinden van de vrouw die op hem neerkeek met diezelfde glazige ogen die ook mij kracht hadden gegeven.

Eindelijk kon ik me losmaken van de extase die mijn ziel verblindde. Ik keerde het gewelf de rug toe, snoof nog eenmaal de geur van eeuwigheid op en liep door de deur naar buiten, waar een plotse drukte me verraste.

De Maan_, Narratief_